Behandeltechnieken en apparatuur

Behandeltechnieken en apparatuur

Hieronder vindt u een korte beschrijving van de verschillende behandeltechnieken die op onze afdeling radiotherapie beschikbaar zijn. Uw behandelend radiotherapeut-oncoloog zal in overleg met u de meest geschikte behandelmethode bepalen.

Hoe werkt radiotherapie?

Radiotherapie betekent behandeling door middel van straling. U bent misschien bekend met het gebruik van straling voor het maken van een röntgenfoto. Dezelfde soort straling, maar met een veel hogere energie, kan ook gebruikt worden voor het behandelen van gezwellen (tumoren) in het menselijk lichaam. Straling beschadigt het DNA van de cellen in uw lichaam. Als de stralingsdosis naar deze cellen hoog genoeg is dan kunnen ze zich niet meer delen. Daarmee stopt de groei van de tumor. Het is echter onvermijdelijk dat bij deze radiotherapie behandeling ook de cellen in gezonde organen bestraald worden. Dit kan leiden tot ongewenste bijwerkingen. 

Een cel kan herstellen van schade veroorzaakt door bestraling. Kankercellen zijn over het algemeen minder goed in dit herstel dan de cellen van gezonde weefsels. Een radiotherapie behandeling wordt daarom meestal in meerdere fracties gegeven. Dit geeft de gezonde cellen de kans om te herstellen, terwijl tumorcellen de volgende bestralingsfractie krijgen op het moment dat ze nog herstellende zijn. De radiotherapeut-oncoloog bepaalt het optimale fractioneringsschema en de bijbehorende voorgeschreven dosis naar de tumor.

Sparen van gezond weefsel

Door de juiste behandeltechniek te kiezen, kan de hoeveelheid gezond weefsel dat bestraald wordt geminimaliseerd worden. Daarmee vermindert de kans op bijwerkingen. De optimale behandeltechniek hangt onder andere af van de grootte, vorm en locatie van de tumor, en van de positie ten opzichte van gezonde organen. Uw radiotherapeut-oncoloog bepaalt, in samenwerking met de klinisch fysicus, met welke bestralingstechniek de voorgeschreven dosis aan de tumor kan worden gegeven met daarbij een zo klein mogelijke kans op bijwerkingen.

De dosisverdeling van uw behandeling wordt vooraf gepland en berekend met behulp van computertechnologie. Een multidisciplinair team beoordeelt deze berekeningen op juistheid en nauwkeurigheid. Dit team bestaat uit radiotherapeut-oncologen, klinisch fysici en laboranten die gespecialiseerd zijn in het maken van radiotherapie dosis-planningen.

Onze behandelmogelijkheden

Wij bieden verschillende behandelmogelijkheden in elk van deze drie hoofdcategorieën:

  • Fotonen radiotherapie
  • Protonentherapie
  • Brachytherapie

Voor meer informatie kunt u (hierboven) de overeenkomstige categorie selecteren.

Onze klinisch fysici dragen er zorg voor dat de veiligheid en kwaliteit van alle behandelmogelijkheden te allen tijde voldoet aan de hoogste (inter)nationale standaarden. Samen met de radiotherapeut-oncologen en internationale partners streven zij er continu naar om de huidige internationale maatstaven verder te verbeteren. Door het implementeren en innoveren van nieuwe behandeltechnieken kunnen wij elke kankerpatiënt de best mogelijke behandeling aanbieden.

Wat is fotonen radiotherapie?

In fotonen radiotherapie worden één of meerdere bestralingsbundels van buiten uw lichaam op de tumor gericht. Het wordt daarom ook wel ‘uitwendige radiotherapie’ genoemd. De bestralingsbundels worden typisch met een lineaire versneller (een ‘linac’) gegenereerd. De linac versnelt een nauwe bundel elektronen en zet deze vervolgens om in een brede bundel fotonen. Deze hoge-energie röntgenstraling kan door het menselijk lichaam heendringen. Met de linac kan de bestralingsbundel met hoge nauwkeurigheid op de tumor worden gericht en kan de bundel gevormd worden naar de omtrek van de tumor. Dit minimaliseert de blootstelling van gezond weefsel aan straling. De linac kan om u heen draaien en u daardoor vanuit elke gewenste richting bestralen. 

De linac is een van de meest complexe medische apparaten. Uitgebreide kwaliteitsborging en kwaliteitsbewaking door het klinisch fysisch team zorgt voor een nauwkeurig en veilig gebruik van de linac. De linac staat in een bunker met dikke betonnen muren en een dikke zware deur om onze medewerkers en anderen, zoals bezoekers in de wachtkamer, te beschermen tegen (strooi)straling. Een bezoek aan de afdeling radiotherapie is daarom voor iedereen veilig.

Uw behandeling

Voorafgaand aan de radiotherapiebehandeling maken we een CT-scan van de tumor en de omliggende gezonde organen. Dit dient als basis voor het berekenen van de 3-D dosisverdeling met geavanceerde computertechnologie. Voor het intekenen van de tumor kan de radiotherapeut-oncoloog indien nodig gebruik maken van aanvullende beeldvorming, zoals functionele beeldvorming met MRI of PET-CT. Radiotherapeutisch laboranten (RTTs) bedienen de linac. Zij zullen u begeleiden bij uw behandeling en ervoor zorgen dat u in de juiste positie ligt ten opzichte van de bestralingsbundels. Tijdens de bestraling is de bunker afgesloten en houden zij met behulp van camera’s toezicht. Met microfoon en luidsprekers kunnen zij op dat moment met u communiceren. 

U kunt de straling niet zien, horen of voelen. Wel zult u tijdens de behandeling de elektrische en mechanische onderdelen van de linac kunnen horen. Afhankelijk van de complexiteit van uw behandeling zal een bestralingsfractie enkele tientallen seconden tot enkele (tientallen) minuten kunnen duren. Zodra de bestralingsfractie is beëindigd en de linac is uitgeschakeld, is de straling in de bunker meteen verdwenen. Er blijft geen straling in het lichaam achter. U wordt dus niet radioactief en niemand ontvangt straling door bij u in de buurt te zijn. 

Orthovolt behandelingen

Een andere vorm van fotonen radiotherapie maakt gebruik van zogenaamde orthovolt röntgenstraling. De energie van deze fotonen is veel lager, en daarmee hun vermogen om het menselijk lichaam te doordringen. Deze vorm van radiotherapie wordt dan ook gebruikt voor de behandeling van zeer oppervlakkige tumoren (zoals huidtumoren). Omdat de energie van de fotonen veel lager is, zijn het bestralingsapparaat en de (wanden van de) behandelkamer ook veel kleiner. 

Aanvang patiëntbehandelingen

Sinds januari 2018 biedt de radiotherapie afdeling van het UMCG als eerste in Nederland protonentherapie aan.

Wat is protonentherapie?

Protonen zijn kleine deeltjes met een elektrische lading. Een cyclotron, in een aparte bunker, versnelt de protonen tot twee-derde van de lichtsnelheid. Vervolgens worden deze protonen met behulp van magneten en een bundellijn naar de behandelkamer geleid. In de behandelkamer kan de patiënt met een zogenaamde gantry vanuit alle mogelijk richtingen bestraald worden. Deze gantry is veel groter en zwaarder dan de linac die bij fotonen radiotherapie gebruikt wordt.

Door hun lading, en afhankelijk van hun energie, zullen protonen tot een nauwkeurig bepaalde diepte in het menselijk lichaam doordringen. Protonen verliezen het merendeel van hun energie op deze diepte, wat resulteert in de karakteristieke Bragg-piek. Hiermee zorgen protonen in vergelijking met fotonen voor een verlaging van de stralingsdosis in omliggend gezond weefsel, bij gelijkblijvende tumordosis. Deze afname in dosis naar gezond weefsel kan resulteren in een afname in bijwerkingen.

Dosis als functie van de diepte in het menselijk lichaam, voor een fotonen- en een protonenbundel.

 

De protonenbundel is heel nauw en heet daarom ook wel een ‘pencil beam’ (vrij vertaald: “potlood-bundel”). Deze pencil beam maakt een zigzaggende beweging waarbij telkens een klein deel van de tumor bestraald wordt. Hiermee kan de gehele tumor nauwkeurig bestraald worden tot de gewenste bestralingsdosis, terwijl de hoeveelheid straling naar omliggend gezond weefsel zo laag mogelijk blijft.

Uw behandeling

Gedurende uw bestraling hoort u de elektrische en mechanische onderdelen van de protonentherapie gantry. U zult de straling zelf niet kunnen zien, horen of voelen. Afhankelijk van de grootte van uw tumor en de complexiteit van uw behandeling kan een bestralingsfractie tot wel 30 of 60 minuten duren. Zodra de bestralingsfractie is afgerond en de protonenbundel is uitgezet, is de straling in de bunker meteen verdwenen. Na de bestralingsfractie bent u tijdelijk ligt radioactief, maar u vormt geen gevaar voor de personen om u heen.

Het klinisch fysisch team heeft een uitgebreid en doorlopend kwaliteitscontrole- en kwaliteitsbewakingsprogramma geïmplementeerd, in overeenstemming met internationale standaarden en normen. Hiermee garanderen wij een nauwkeurige en veilige behandeling. Wij streven ernaar om de behandeltechnieken en kwaliteitsbewaking continu te verbeteren door middel van wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Dit in samenwerking met onze (inter)nationale academische en industriële partners.

Protonentherapie is niet voor iedereen

Protonentherapie is niet in alle gevallen de beste bestralingstechniek voor uw tumor. Sommige patiënten, zoals kinderen, komen altijd in aanmerking voor bestraling met protonentherapie. Andere patiënten komen in aanmerking als de verwachting is dat zij veel voordeel van deze behandeling zullen ondervinden. Voor deze patiënten maken wij twee bestralingsplannen: een plan gebaseerd op de best-mogelijke fotonen radiotherapie, en een plan gebaseerd op de best-mogelijke protonentherapie. Beide plannen vertalen we naar een geschatte kans op bijwerkingen. Als het verschil in deze kans op bijwerkingen groot genoeg is, dan komt u in aanmerking voor protonentherapie. 

Een protonentherapie gantry (foto: RTV Noord)

Bestraling van binnenin het lichaam

Bij inwendige bestraling, ook wel brachytherapie genoemd, wordt er bestraald met een zeer kleine radioactieve bron. Tijdens de behandeling wordt de radioactieve bron in- of vlakbij de tumor geplaatst of ingebracht. De stralingsdosis is het hoogst dichtbij de radioactieve bron en wordt snel lager op enige afstand waardoor het gezonde weefsel gespaard blijft. Om brachytherapie te kunnen toepassen, moet het mogelijk zijn om met de bron elk deel van de tumor te bereiken.

De radioactieve bron is opgeslagen in een loden kluis, een zogenoemde afterloader. Voor aanvang van de behandeling plaatsen we enkele buisjes dichtbij de tumor. Deze buisjes zijn verbonden met de afterloader en de radioactieve bron vindt hierlangs zijn weg naar de tumor. De bron zal gedurende een van te voren berekende periode op verschillende posities verblijven. Aan het eind van de behandeling trekt de afterloader de bron terug de kluis in.

Gedurende de bestraling kunt u de elektrische en mechanische componenten van de afterloader horen. De straling zelf kunt u niet horen, zien of voelen. Er is geen straling meer aanwezig in de behandelkamer zodra de behandeling is afgerond en de bron is teruggetrokken in de kluis. Na de bestraling blijft géén straling in uw lichaam achter. U wordt dus niet radioactief en personen in uw omgeving ontvangen geen straling van u.