RACE studie

RACE studie

Onderzoek naar veranderingen van de ligging van tumor en organen in de buik gedurende de radiotherapie van baarmoederhals-, schaamlip-, of kanker van de anus (kringspier).

Studiecoördinator

Naam: Drs. J.C. Beukema, radiotherapeut-oncoloog
Instituut: UMCG, afdeling Radiotherapie

Coördinator + contactpersoon van de afdeling Radiotherapie UMCG

Naam: G. Holtjer, datamanager
Tel: 050-361 3856

Vraagstelling

Hoe verandert de ligging van de (oorspronkelijke) tumor, gezonde weefsels en de patiënt als geheel gedurende de radiotherapeutische bestraling en welk effect heeft dit op de dosisverdeling bij het gebruik van nieuwere technieken als IMRT/VMAT en protonentherapie?

Samenvatting relevante achtergrond

Radiotherapie (gecombineerd met chemotherapie) is gebruikelijk in de curatieve behandeling van bekkentumoren, zoals baarmoederhals-, schaamlip- of anuskanker. Bij deze patiënten zijn de genezingscijfers hoog, maar deze gaan gepaard met significante behandelingsgerelateerde toxiciteiten.

Accurate bestralingsberekeningen zijn  essentieel voor radiotherapie om effectief te zijn in termen van lokale tumorcontrole en om bestralingsgeïnduceerde bijwerkingen te beperken. Accuraatheid wordt bemoeilijkt door tumor- en orgaanbeweging tussen de fracties (interfractie bewegingen). Momenteel wordt de planning van een radiotherapie behandeling gebaseerd op één planning-CT, welke gemaakt wordt voor de start van de behandeling. Maar interfractie bewegingen en orgaanbewegingen kunnen leiden tot verschillen in de berekende dosisverdeling op de planning-CT en de bestralingsdosis die daadwerkelijk ontvangen wordt door de tumor en normale organen (werkelijk gegeven dosis). 

Voor protonenbestralingstherapie (PBT) zal kennis over tumor- en orgaanbeweging belangrijker worden. De belangrijkste potentiële voordelen van PBT voor tumoren in het bekkengebied in termen van preventie worden bemoeilijkt door verschillen in volume van de blaas, rectum en luchtholtes in de dunne darm, het sigmoïd en het rectum. Set-up fouten en orgaanbeweging veroorzaken verplaatsing van de tumor en normale weefsels, welke de dosisverdeling verandert. Bovendien kan het resulteren in veranderingen in de dichtheid van de weefsels in het bestralingsgebied. Dit kan leiden tot zowel onder- als overdoseringen. In deze studie willen we het effect van de inter- en intrafractionele tumor- en orgaanbeweging tijdens planning van de behandeling met fotonen- en protonentherapie evalueren om optimale fotonen- en/of protonen behandelingsplannen te creëren met het uiteindelijke doel om de behandelingsgerelateerde toxiciteit te verlagen.

Studiedesign: Wat houdt deelname voor de patiënt in?

Tijdens de studie zal de patiënt 5 extra plannings-CT scans ondergaan. Dit gebeurt op dagen dat de patiënt al voor de bestraling aanwezig is op de afdeling. De extra stralenbelasting als gevolg van deze extra scans is verwaarloosbaar wanneer deze wordt afgezet tegen stralenbelasting die de patiënt ontvangt als gevolg van de behandeling zelf. Er wordt daarom vanuit gegaan dat deze scans geen gevolgen hebben voor de gezondheid van de patiënt.

Aantal benodigde patiënten

40 patiënten.