HANS studie

HANS studie

Predictieve modellen voor straling geïnduceerde ongewenste neveneffecten bij patiënten met Hoofd-halstumoren gebaseerd op enkelvoudig nucleotide polymorphismes.

De studiecoördinator

Naam: Dr. A.P.G. Crijns, radiotherapeut-oncoloog
Instituut: UMCG

Coördinator en contactpersoon van de afdeling Radiotherapie in het UMCG:

Naam: Dr. A.P.G. Crijns, radiotherapeut-oncoloog
Tel: 050-361 4554

Vraagstelling

  1. Kunnen genetische factoren, enkelvoudig nucleotide polymorphismes, de ernst van vroege en late klachten door bestraling van een tumor in  het  hoofd-hals gebied voorspellen?

  2. Kan er door single nucleotide polymorphisms, die de individuele gevoeligheid voor bestraling voorspellen, te combineren met gegevens van de bestraling een methode worden ontwikkeld waarmee voorspeld kan worden wie er wel en wie er geen ernstige klachten zal ontwikkelen tijdens en na de bestraling?  

Samenvatting relevante achtergrond

In Nederland is voor patiënten met een tumor in het hoofd-halsgebied de standaardbehandeling; radiotherapie, eventueel in combinatie met chemotherapie. 

Tijdens bestraling wordt ook het gezonde weefsel rond de tumor gedeeltelijk bestraald. Dit kan leiden tot een aantal bijwerkingen, zoals slikklachten, droge mond en ontsteking van de slijmvliezen van het keelgebied. Deze klachten treden in eerste instantie op tijdens de bestraling. Gedeeltelijk verdwijnen deze klachten weer, maar bij een deel van de patiënten zijn sommige klachten, zoals slikklachten en/of droge mond blijvend van aard. De ernst van deze vroege en late bijwerkingen verschilt echter per patiënt. Eerder onderzoek suggereert dat de mate van vroege en late bijwerkingen samenhangt met de hoeveelheid straling in de slijmvliezen, spieren en speekselklieren van het keelgebied. Daarnaast lijkt er een individuele gevoeligheid te bestaan voor het ontstaan van klachten door straling wat is vastgelegd in ons genetisch materiaal. Er zijn echter nog te weinig onderzoeksgegevens om dit verband aan te tonen.

In deze studie zal met behulp van een genetische test en vragenlijsten bepaald worden welke genetische factoren de ernst van vroege en late klachten kunnen voorspellen. Deze gegevens willen we combineren met gegevens van de bestraling. Met deze gegevens zal een methode worden ontwikkeld waarmee voorspeld kan worden wie er wel en wie er geen ernstige klachten zal ontwikkelen tijdens en na de bestraling.

De gegevens die uit dit onderzoek naar voren komen, kunnen ook worden gebruikt om een nieuwe kostbare bestralingstechniek (protonen) toe te passen bij stralingsgevoelige patiënten om meer gezond weefsel te sparen. Daarnaast zouden relatief stralingsongevoelige patiënten hogere stralingsdosis kunnen krijgen met mogelijk een hogere genezingskans. Tijdens deze studie wordt er eenmalig bloed afgenomen welke zal  worden gebruikt voor het uitvoeren van een genetische test (enkelvoudig nucleotide polymorphisme array). en voor toekomstig (vervolg)onderzoek. Eventueel overgebleven materiaal (uit het buisjes bloed) bestemd voor de enkelvoudig nucleotide polymorphisme array zal ook opgeslagen worden voor toekomstig onderzoek.

Met een enkelvoudig nucleotide polymorphisme array kunnen hele kleine menselijke verschillen (enkelvoudig nucleotide polymorphismes) opgespoord worden. Verspreid over het hele erfelijke materiaal (genoom) worden hiervoor meer dan 8.00.000 meetpunten (enkelvoudig nucleotide polymorphismes) bekeken.

In dit onderzoek wordt met een enkelvoudig nucleotide polymorphisme array het DNA (geïsoleerd uit bloed) van stralingsgevoelige proefpersonen vergeleken met dat van relatief stralingsongevoelige proefpersonen om zo de menselijk verschillen (enkelvoudig nucleotide polymorphismes) te identificeren die verantwoordelijk zijn voor de individuele stralingsgevoeligheid.

Studiedesign: Wat houdt deelname voor de patiënt in

Zie de patiënteninformatie onder aan de pagina voor meer informatie.

Aantal benodigde patiënten

2000 patiënten.